 |
|
Na 1950 slaat de landbouw voorgoed de weg in van de grootschaligheid en de specialisering. De doorbraak van de mechanisering laat een verregaande productiestijging toe. Het Gemeenschappelijk Europees Landbouwbeleid legt in eerste instantie hier ook sterk de nadruk op, maar na 1990 verschuift de focus naar een breder georiënteerd plattelandsbeleid. Een aantal problemen raken de sector immers tot in de kern van zijn bestaan: de problematiek van de mestverwerking, de voedselcrises en hormonenschandalen. Tegelijk is er de groeiende impact van drukkingsgroepen op het functioneren van het gespecialiseerde landbouwproductiebedrijf. Het verplicht de landbouwer tot grote investeringen op het vlak van technologie en veiligheid, wat dan weer de druk op het landbouwersinkomen verhoogt. Velen kiezen daarom bewust voor terug meer diversiteit in hun inkomen. Onder de noemer van multifunctionele landbouw gaan vele initiatieven schuil, gaande van biologische teelt over struisvogelkweek tot hoevetoerisme.
[Lees het hele verhaal ...]
|