Vlaamse boeren in Wallonië

De migratie van Vlaamse boeren naar Wallonië is relatief beperkt gebleven, in vergelijking met die van fabrieks- en mijnarbeiders naar Walllonië of met de emigratie naar Frankrijk, de Verenigde Staten of Canada. Maar op sommige dorpen heeft het fenomeen toch een stempel gedrukt. Het hoogtepunt situeerde zich in de kwarteeuw na 1945.

Door Cheyns, Mathias; Segers, Yves

Inhoudstafel

1. De grote lijnen

De migratie van Vlaamse boeren naar Wallonië voltrok zich in meerdere golven die duidelijk maken dat de taalgrens nooit een echte barrière was geweest.

2. Waarom migreerde men?

Migratie was doorgaans een spel van vraag en aanbod. In Vlaanderen waren er vaak teveel boeren, in Wallonië te weinig. Die spiraal versterkte zichzelf: door lage bevolkingsdruk in Wallonë bleef de grondprijs er laag.

3. Wie verliet de bakermat?

De boeren die naar Wallonië vertrokken bestond uit een bonte groep. Sommigen kozen met volle goesting voor het avontuur; anderen gingen met tegenzin weg uit Vlaanderen omdat ze hun grond kwijt geraakt waren aan allerlei infrastructuurwerken ofwel omdat ze geen grond konden erven van de ouders. Het grootste deel kwam uit de provincies West- en Oost-Vlaanderen.

4. De logische landingsplaats

Het spreekt een beetje vanzelf dat de uitwijkelingen de voorkeur gaven aan een vestigingsplaats die niet te ver van de ouderlijke stee lag, bij voorkeur met eenzelfde type ondergrond. Via allerlei wegen hield men in de gaten of een hoeve zou vrijkomen. Als een boer de keuze had, probeerde hij het nieuwe erf eerst te pachten, vooraleer tot een definitieve aankoop over te gaan. Indien daarna een nieuwe hoeve in de buurt vrijkwam, trachtte men de familie in Vlaanderen daarheen te lokken. Zo ontstonden hier en daar Vlaamse 'eilandjes'.

5. Het beloofde land?

Heel weinig gezinnen keerden terug naar Vlaanderen. Economisch gezien was de emigratie meestal succesvol. Maar een handvol boeren werd bedrogen door de 'placeurs' en hield een zware kater over aan de verhuis.

6. Langzame integratie

De integratie in het dorspleven verliep met horten en stoten door een gebrekkige kennis van het Frans en omdat men vasthield aan de oude gewoonten. Voor de kinderen speelde dat minder een rol, in het bijzonder indien ze later met een Waals lief thuiskwamen. Niet zelden schopte een tweede of derde generatiemigrant het tot gemeenteraadslid, schepen... of zelfs burgemeester.

7. Samen sterk

Sommige emigranten vonden het belangrijk en aangenaam om contact te houden met lotgenoten. Vanuit de Boerenbond en de kerk werden die ontmoetingen aangemoedigd.

8. En nu?

De verhuis van Vlaamse boeren naar Wallonië bleek een win-winsituatie. Zowel de uitwijkelingen als de Waalse landbouw voeren er wel bij. En de trend zette zich door tot op vandaag.

Inhoud: Centrum Agrarische Geschiedenis - Ontwerp en realisatie: LIBIS - Vormgeving: Blau