Een landbouw van schaarste (1750-1880)
De Belgische landbouw is omstreeks 1800 vooral een zaak van akkerbouw. Buitenlandse waarnemers zijn onder de indruk van de "voor die tijd" hoge rendementen. De grondversnippering en de hoge pachten maken het echter alsmaar moeilijker te voorzien in de behoeften van de snel groeiende bevolking. Bijna onvermijdelijk breekt in 1845 een voedselcrisis uit, de laatste echte hongersnood in België. De ontluikende landbouwwetenschap biedt op dat moment nog geen pasklare antwoorden. En ook de overheid, zich bewust van de ernst van de situatie, kan te weinig structureel ingrijpen. Als vanaf omstreeks 1870-1880 het Westeuropese vasteland wordt overspoeld door goedkoop buitenlands broodgraan en andere landbouwproducten, is het einde van de landbouw zoals die eeuwenlang heeft bestaan in zicht.
Door Yves Segers en Bert Woestenborghs