In de 19de eeuw was de sierteler Louis Van Houtte een veelgeprezen figuur. Hij was ontdekkingsreiziger, auteur en uitgever, directeur van de Brusselse Kruidtuin, jurylid en burgemeester. In Gentbrugge richtte hij een tuinbouwbedrijf met internationale faam en dito school op. Zijn bedrijfstijdschrift Flore des Serres et des Jardins de l'Europe werd wereldwijd verspreid.
Door Dhaeze-Van Ryssel, Luc;Deherdt, René;Debersaques, Lucien;Viane, Ronald
Inhoudstafel
Louis Benoît Van Houtte werd op 1 juli 1810 geboren te Ieper als zoon van een ondernemer. Volgens de traditie had hij een persoonlijk bloemenperkje in de ouderlijke tuin.
In december 1831 huwde Louis met Clémence Boutez. Al na één jaar overleed zijn echtgenote. Van Houtte leed zeer sterk onder dit verlies. Hij zocht troost in een nieuwe uitdaging. Die vond hij in een expeditiereis naar Brazilië.
Papeleu en Van Houtte vonden gehoor bij bloemenkweker Alexander Verschaffelt uit Gentbrugge. In 1839 huurden ze er een stuk grond van anderhalve hectare voor een periode van 32 jaar met recht van aankoop. Amper geïnstalleerd gaf hun firma een eerste catalogus uit. De plantenlijst omvatte onder meer 97 variëteiten van de Rhododendron simsii, Camellia japonica, geraniums en vollegrond azalea's.
De bouw van een Victoria regia-serre was een opstapje om internationale aandacht op zijn bedrijf te vestigen. In 1850 slaagde hij erin de waterlelie Reine des Eaux als eerste op het Europese vasteland in bloei te trekken.
Omstreeks 1875 kreeg Van Houtte te maken met gezondheidsproblemen en heupjicht. Op 30 april 1876 nam hij nog deel aan een internationale tuinbouwtentoonstelling in Brussel. Terug in Gent werd hij getroffen door hartkloppingen en ademhalingsmoeilijkheden.