Rond 1900 schoten geitenbonden in West- en Oost-Vlaanderen als paddestoelen uit de grond. Geiten voorzagen in een aanvullend inkomen. Eigenaars gingen zich onderling verzekeren tegen onverwachte verliezen. Syndicaten stonden hen bij om gericht te fokken en een hoger rendement na te streven. De katholieke elite zag hierin een middel om de oprukkende socialistische beweging tegen te gaan.
Door Vandenhende, Frans
Inhoudstafel
Op het einde van de 19de eeuw verkeerde onze landbouw in een diepe crisis. De kerk leek de voeling met de sociaal zwakkeren verloren en vreesde de opkomst van het socialisme. Priesters en andere invloedrijke katholieken werden aangemoedigd verzekeringskassen en coöperaties op te richten. De fok van paarden en runderen nam al snel een hoge vlucht. Maar arme boeren konden zich zulke dieren niet veroorloven. Voor hen bracht de geit een uitkomst.
Het West-Vlaamse Vladslo lijkt de bakermat van de georganiseerde geitenbeweging. Burgemeester en baron Fréderic de Crombrugghe-de Picquendaele schoof de katholieke boerenzoon Charles "Karel" Vanhevel naar voren om de geitenhouders te overtuigen. In ware missionarisstijl trok hij naar alle uithoeken van de provincie om de witte duinengeit en de Vlaamse ezelharige hertegeit aan te prijzen.
Elk lid van een geitenverzekering betaalde een vaste premie van een paar tientallen centiemen per maand. Bij verlies van een dier werd de eigenaar tot dertigmaal gecompenseerd. Geitensyndicaten zijn een logisch gevolg: hoe gezonder de geiten, des te minder geld moest men uitkeren en des te minder premie moest men vragen. De voornaamste methode om dieren gezond te houden was rasverbetering.
Begin 20ste eeuw verschoof het zwaartepunt van de geitenbeweging naar Oost-Vlaanderen. Die provincie schonk een startkapitaal van 50 frank bij de oprichting van de herverzekering. Het effect was meteen voelbaar: het aantal aangesloten verenigingen klom in één jaar van 48 naar 73. Deze dynamiek gaf aanleiding tot het eerste gewestelijke congres op 26 december 1906 te Aalst.
Vanuit Aalst was het slechts een kleine stap naar Brabant. In 1906 waren hier al 32 syndicaten, vooral in de buurt van Oost-Vlaanderen. De herverzekering in de provincie Antwerpen ging in 1908 van start met 33 aangesloten verenigingen. In Hasselt werd hetzelfde jaar eveneens een hervezekering opgericht, maar daarover is weinig bekend.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bewees de geit haar nut in de overlevingseconomie. Tegen 1921 haalden de geitenbonden weer het vooroorlogse elan, maar nooit meer met eenzelfde groeicurve. In feite slonk het economisch belang van alle neerhofdieren pijlsnel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stierf de geitenbeweging een stille dood. Maar tussen hobbyboeren en verdedigers van inheemse dierenrassen werden nieuwe samenwerkingsverbanden gesmeed.